De aandelenmarkten blijven dicht bij hun historische hoogtepunten. De S&P 500 noteert slechts 1,11% onder zijn record van 6 oktober, terwijl de STOXX Europe 600 zich op amper 2,85% onder zijn piek van 7 augustus bevindt (slotkoers van woensdag).
Maar wie dieper kijkt, ziet een heel ander beeld.
In de Verenigde Staten noteert 56,3% van de ondernemingen in de S&P 500 (283 van de 503) meer dan 20% onder hun eigen historische hoogste koers. In Europa ligt dat percentage nog hoger: 66,3% van de ondernemingen (398 van de 600).
Een handvol grote ondernemingen kan beursindices, die gewogen zijn op basis van de marktkapitalisatie, dicht bij hun records houden, terwijl de meerderheid van de individuele aandelen het moeilijk heeft. Dat is vooral zichtbaar in de Verenigde Staten, waar de prestaties van de grootste technologiebedrijven de indices sterk hebben beïnvloed.
Voor beleggers heeft dit verhaal twee kanten. Enerzijds toont het de kwetsbaarheid achter de ogenschijnlijk sterke markten aan. Anderzijds biedt het kansen voor beleggers die selectief aandelen kiezen en verder kijken dan de index.
We beleggen immers in ondernemingen, niet in indices.
