De Amerikaanse en Europese aandelenmarkten hebben inmiddels hun verliezen sinds het begin van het conflict met Iran volledig goedgemaakt. Olie daarentegen vertoont een ander patroon: de prijs ligt nog steeds ongeveer 27% hoger. Deze divergentie is opvallend, aangezien de Straat van Hormuz — een vitale ader voor de wereldwijde olie- en gasstromen — nog steeds gedeeltelijk beperkt is, en de geopolitieke zichtbaarheid in de regio beperkt blijft.
Tegelijkertijd begint de economische impact zich duidelijker af te tekenen. De stijging van de energieprijzen werkt door op consumenten en bedrijven aan beide zijden van de Atlantische Oceaan. De inflatie loopt opnieuw op: Duitsland registreerde bijvoorbeeld in maart een jaar-op-jaar inflatie van 2,7%. Overheden beginnen te reageren: de nieuwe coalitie onder leiding van bondskanselier Friedrich Merz heeft al gerichte ondersteuningsmaatregelen ingevoerd, waaronder tijdelijke verlagingen van de brandstofaccijnzen en een belastingvrije premie van €1.000.
De markten negeren opnieuw de onmiddellijke risico’s en anticiperen op een normalisatiescenario. Hoewel deze benadering op termijn correct kan blijken, laat ze op korte termijn weinig ruimte voor fouten.
Los van de markten is het belangrijk om de bredere menselijke en economische kosten van dergelijke conflicten niet uit het oog te verliezen. Zelfgenoegzaamheid is zelden een goede bondgenoot bij investeringen.